Rob Ermers: “Morele normen houden in wat een gemeenschap denkt over goed en fout. Als iemand die normen overschrijdt, wordt deze persoon niet meer geaccepteerd door de gemeenschap” 

Dr. Rob Ermers is specialist op het gebied van eergerelateerd geweld en niet-westerse familieverhoudingen en geeft hierover trainingen aan professionals van Veilig Thuis, politie en justitie. Rob analyseert casuïstiek en heeft inmiddels 3 boeken over eergerelateerd geweld geschreven.  

Wat is eergerelateerd geweld? 
We interviewen Rob Ermers, specialist op het gebied van eergerelateerd geweld. Rob vertelt dat eer meerdere betekenissen heeft in het Nederlands. In dit geval hebben we het over reputatie van integriteit en betrouwbaarheid, kortweg: morele reputatie. Rob: “Iemands morele reputatie komt in gevaar als hij/zij iets heeft gedaan, of van iets beschuldigd wordt, dat door de eigen groep als moreel verwerpelijk wordt gezien, moreel wangedrag dus. Wanneer als gevolg van moreel wangedrag iemands morele reputatie niet goed is, dan wordt hij/zij gezien als immoreel en dus ‘slecht’. Gevolg is dat dat individu kan worden uitgesloten. Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar sociale uitsluiting. Dit is iets waar alle mensen heel gevoelig voor zijn, heel slecht tegen kunnen en veel angst voor hebben. Door immoreel gedrag van een familielid kan ook de reputatie van integriteit en betrouwbaarheid van andere familieleden ernstig beschadigd raken met risico op uitsluiting van de familie door de gemeenschap. Dit is het gevolg van een afgeleid stigma. 

Eergerelateerd geweld komt voort uit de angst te worden uitgesloten door mensen in de gemeenschap. Uit angst voor sociale uitsluiting dwongen Nederlandse ouders in de vorige eeuw bijvoorbeeld hun dochters die ongehuwd zwanger waren geraakt en die niet via een ‘moetje’ konden trouwen om ver weg in het geheim te bevallen en hun kind meteen na de geboorte af te staan voor adoptie. Hun ouders peperden hen in dat ze bang waren dat zij hun werk zouden verliezen, dat ze geen vrienden meer zouden overhouden, of dat hun andere kinderen door gepesten hun school niet zouden kunnen afmaken. Dit ging tot in de jaren ’70 door. In een interview beschrijft zo’n ‘afstandsmoeder’ hoe de buurvrouw haar hoofd afdraaide toen zij en haar moeder passeerden.” 

Misvattingen 
Op onze vraag wat volgens Rob de grootste misvatting is over eergerelateerd geweld vertelt hij dat er meerdere misvattingen zijn. Rob: “De grootste misvatting is dat eergerelateerd geweld alleen bij allochtone mensen voorkomt. Ook denkt men vaak dat het alleen tegen vrouwen gebeurt. En dat het altijd een vorm is van huiselijk geweld. En tot slot dat het gerelateerd is aan religie. Onder andere doordat door autochtone Nederlanders het woord ‘eer’ weinig wordt gebruikt, ontstaat wellicht het idee dat het alleen bij allochtonen voorkomt. Als eergerelateerd geweld speelt bij autochtone Nederlanders wordt het bijna nooit als zodanig herkend. Er dient een goede en eenduidige definitie van eergerelateerd geweld te worden gehanteerd die uitgaat van een heldere definitie van eer.” 

Er is nauwelijks onderzoek dat specifiek inzoomt op eergerelateerd geweld onder autochtone Nederlanders, bijna alle statistieken in Nederland gaan over mensen met een migratieachtergrond. Een voorbeeld van een situatie in een autochtoon Nederlands gezin is een volwassen zoon die nog thuis woont en een relatie krijgt met iemand die door de familie als “ongepast” wordt gezien (bijvoorbeeld vanwege een crimineel verleden of een slechte reputatie in de buurt). De ouders zijn bang dat dit hun morele reputatie schaadt: dat het ten koste gaat van hun sociale contacten met hun vrienden, hun werk en dat ook andere kinderen uit het gezin de dupe kunnen worden van het stigma. Of dat familieleden zich afkeren. Ze zetten hem onder zware druk om de relatie te beëindigen, dreigen hem uit huis te zetten en gebruiken verbaal of fysiek geweld om hun morele reputatie te beschermen.  

Rob: “Een nog steeds actueel voorbeeld van een afgeleid stigma is het oorlogsverleden van de ouders en grootouders van autochtone Nederlandse mensen. Nakomelingen van NSB’ers willen liever niet dat het oorlogsverleden van hun grootouders naar buiten komt. Ze vrezen stigmatisering. Als het uitkomt, moeten ze zich distantiëren van hun grootouders en van hun gedrag. 

Stigmatisering 
Het noemen van cultuur in verband met eergerelateerd geweld kan leiden tot stigmatisering, omdat het de indruk kan wekken dat dit motief een vast onderdeel is van bepaalde culturen. Ik gebruik de term cultuur liever niet omdat die op vele manieren geïnterpreteerd kan worden. Gebruik van ‘cultuur’ leidt tot allerlei stigma’s als iedereen denkt dat dergelijke dingen alleen in ‘bepaalde culturen’ gebeuren.” 

Rob werkt zelf liever met het begrip gemeenschap. Rob vertelt: “Een gemeenschap is, simpel gezegd, de grote groep van mensen buiten je familie die jou kennen en van wie je onderdeel uitmaakt. Je kunt tegelijkertijd deel uitmaken van verschillende gemeenschappen: je vrienden en vriendinnen, je collega’s, je buren, de mensen van je sportclub. En tegenwoordig kun je via een sociaal medium als Facebook lid zijn van allerlei virtuele groepen. In een gemeenschap heb je behalve sociale omgangsnormen ook morele normen. De morele normen zijn wat ze in de gemeenschap denken over goed en fout. Als iemand die morele normen overschrijdt, past hij of zij volgens de andere leden van de gemeenschap niet meer in de gemeenschap. Degene die zich niet houdt aan de morele normen in de gemeenschap heeft dan een groot probleem, ook als mensen uit de gemeenschap alleen al dènken dat die persoon zich expres niet aan de voor die gemeenschap morele normen houdt. Het risico is dat je wordt uitgesloten. Je morele reputatie moet dus in orde zijn, wil je geaccepteerd worden. Dit komt in alle gemeenschappen voor.” 

Eergerelateerd geweld en huiselijk geweld 
Huiselijk geweld is elke vorm van mishandeling (lichamelijk, psychisch, seksueel, economisch), verwaarlozing, stalking, bedreiging, of vernedering, gepleegd door iemand uit de huiselijke kring (partner, ex-partner, familielid, huisvriend). Rob: “Eergerelateerd geweld kan binnen, maar ook buiten deze huiselijke kring voorkomen. In eerkwesties gaat het erom dat er angst is dat er door moreel wangedrag schade ontstaat voor de familieleden, inclusief kinderen.” 

Begrip hebben voor morele kaders 
Als je als hulpverlener aan de familieleden laat zien dat je het probleem en waar de angst vandaan komt begrijpt – hun angst voor sociale uitsluiting – dan gaat de communicatie meestal veel makkelijker. Rob licht toe: “Als je als hulpverlener weet waar de angst van de familie vandaan komt, kan veel sneller worden gesproken over een oplossing of een compromis. De hulpverlener moet begrijpen dat mensen uit een andere gemeenschap een ander moreel kader kunnen hebben dan zij- of hijzelf. Een compromis kan zijn dat een dochter, die ondergedoken zit omdat ze seks had met een jongen hetgeen wordt gezien als moreel wangedrag, zich verlooft met deze jongen. Met de betrokkene en de familie kan dan besproken worden wat ze zien als de volgende stap. Over het algemeen zijn er wel oplossingen. Soms wordt een compromis gevonden, soms blijft helaas alleen verstoting over. Als mensen zich begrepen voelen en de hulpverlener kan uitleggen waarom bepaalde stappen worden genomen, is het risico dat er geweld wordt gepleegd vaak veel minder groot.” 

Genogram en scenario’s
Rob besteed in zijn trainingen veel aandacht aan familiestructuren: “Het is belangrijk een goede analyse te doen bij dit soort zaken en maatwerk te leveren. Autochtone Nederlanders vinden het kennelijk vaak moeilijk om mensen met een migratieachtergrond te begrijpen, andersom wordt dat vaak wel verwacht, terwijl dat natuurlijk net zo moeilijk is. Daarbij vinden immigranten het vaak moeilijk om te begrijpen wat het perspectief en het mandaat zijn van de diverse hulpverleners die na een incident met de gezinsleden spreken en aan wie telkens opnieuw het verhaal moet worden gedaan. De oplossingen zijn vaak in de familie te vinden. Een familielid dat een positieve invloed heeft op de familie en/of degene die je wilt beschermen, kan vaak veel bereiken. Daarom ga ik altijd diep in op het belang van het maken van een genogram van de familieleden. Dit geldt uiteraard ook voor autochtone families. Wanneer je als hulpverlener samen met hen een genogram van de familie maakt dan zien mensen ook dat er moeite voor wordt gedaan om hen te begrijpen en alleen dat al kan helpen. Daarnaast is het nodig de mogelijke scenario’s uit te werken. Tot slot mogen hulpverleners uitgaan van hun eigen gezonde verstand en de trainingen die ze hebben gevolgd. Durf te vertrouwen op je mensenkennis en intuïtie. En stel vragen.”